Lekkere roti maken op ’t Plein

Thijs van de Pas en Styn van Berkel van basisschool De Molenhoek in Oisterwijk gaan volgend schooljaar naar het VMBO. De één wil boer – loonwerker – worden, de ander fysiotherapeut. Ze zitten vol vragen. Guusje Schoenmakers en Adriel Nolasco van het 2College Durendael in Oisterwijk helpen de jongens uit de brand. Ze volgen het profiel Zorg en Welzijn en doen dit jaar examen.

Thijs en Styn vragen VMBO'ers Guusje en Adriel alles over het VMBO

Styn: Waarom heb je voor deze school gekozen?
Adriel: De school ligt op 10 minuten fietsen van mijn huis in Moergestel. En op de open dag had ik meteen een goed gevoel.

Thijs: Hoe was je eerste gevoel toen je op deze school kwam?
Guusje: Mijn eerste kennismaking was ook tijdens een open dag. Ik vond het gezellig, warm. Zoals Brabant, zeg maar.

Styn: Hoe is het om nieuwe vrienden te maken?
Adriel: Je maakt snel nieuwe vrienden. Ik weet nog dat ik in het begin in de pauzes gewoon door vreemde jongens werd aangesproken. Dat vond ik tof.

Thijs: Hoe is de sfeer op school?
Guusje: Rommelig, maar gezellig! Bij Zorg en Welzijn gebeurt alles op ’t Plein waar we nu zitten. Je ziet: het is hier best druk. Veel leerlingen, veel geroezemoes, veel verschillende activiteiten.

Styn: Hoe zijn de docenten?
Adriel: Iedereen is oké. Je wordt met alles geholpen. Het klinkt een beetje gek, maar sommigen beschouw ik als mijn ouders, maar dan op school. Ik heb zelfs wel eens een knuffel van een docent gehad.

Thijs: Hoe is het om steeds naar een ander lokaal te verhuizen?
Guusje: Dat went snel. Het is even zoeken in het begin, maar dat is zo voorbij.

Styn: Hoe vaak krijg je huiswerk en hoe lang doe je erover?
Adriel: In ieder vak krijg je huiswerk. Alleen in het eerste jaar nog niet veel. Maximaal één tot anderhalf uur per dag, schat ik. Je kunt gewoon je hobby’s blijven doen.

Thijs: Op welke manier krijg je een toets?
Guusje: Je krijgt schriftelijke over­horingen (SO’s) en proefwerken. Proefwerken gaan over meer stof en tellen zwaarder mee voor je rapportcijfer dan een SO.

Styn: Wat vind je leuk op het vmbo?
Adriel: We werken vooral met onze handen. Ik kook bijvoorbeeld graag en maak zo nu en dan roti, een lekker Surinaams gerecht. We maken ook uitstapjes. Naar Kamp Vught bijvoorbeeld, waar we over de Tweede Wereldoorlog leren, de Eerste en Tweede Kamer in Den Haag en ook naar de Beekse Bergen waar we biologieles krijgen. Wat we op school leren, zien we daar allemaal écht in de maatschappij.

Thijs: Wat vind je niet leuk op het VMBO?
Guusje: Eigenlijk vind ik alles leuk. Oh nee, de profieluren zijn soms saai. Te veel theorie achter elkaar, dat is niet fijn.

Styn: Welke richtingen kun je kiezen op Durendael?
Adriel: In de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg kun je aan het einde van het tweede jaar kiezen uit Zorg en Welzijn en Economie en Ondernemen. Als je een hoger niveau hebt, komt daar nog Techniek en Groen bij.

Thijs: Wat is het hoogste niveau dat je kunt halen met VMBO?
Guusje: De meesten gaan na het VMBO naar het MBO waar je echt een beroep gaat leren. De leerlingen in de gemengde of theoretische leerweg kunnen ook naar de HAVO en van daaruit kun je weer verder naar het HBO en zelfs de universiteit. Je kunt met het VMBO alle richtingen op!

Styn: Hoe vaak krijg je praktijkles?
Adriel: Guusje en ik doen kader en dan is bijna alles praktijk.
Guusje: Wij zijn echte doeners. Wij leren door te doen. Dan snappen we de materie beter.